Heerlijk varen over de Westeinderplassen en het Braassemermeer! Een prachtige, goed georganiseerde vaartocht met flink wat deelnemers: 15 boten met 42 opvarenden. Klasse!



Geloof, hoop en liefde
Onze Marlene ziek. Heeft moeten afzeggen. De motor van de ZKC moet rust houden. Restaurant Plasmeijer (www.restaurantplasmeijer.nl) had zijn best gedaan. Daar lag het niet aan en hoe beter om haar op te fleuren dan van de tocht die voor ons lag te genieten!

De voorbereidingen voor het goede verloop van de tocht was weer in de vertrouwde handen geweest van de heren Van der Heul (Nick) en Van Beekum (Taeke), deze keer aangevuld met Ietswaard (Paul) en Van den Broek Humpreij (Dick), jazeker de ondergetekende. Reeds in het vroege voorjaar staken zij, zowel fysiek als digitaal de koppen (zeg maar hunner denkhoofden) bij elkaar om deze vaardag in goede banen te leiden. Gezamenlijk bepaalden ze het kostenniveau en verdeelden de taken: Paul de BBQ en het inwendige vochtgehalte van de opvarenden na afloop, Taeke zette de route in detail op papier, Nick zorgde voor de aanlegplekken, de vaartochtquiz en de deelnemersadministratie en ik (Dick) regelde de startplek, de koffie onderhandelingen en de lunch.

Een geruststellende gedachte..., waar we hard uit wakker geschud werden door de onverhoedse mededeling van Nick dat ondergetekende het flottielje zou leiden in het avontuur dat stond te beginnen. Hij vond dat ik daartoe de uitverkoren persoon was, omdat ik namelijk zo onvoorzichtig was geweest een flink deel van de route een dag te voren nog eens te verkennen om te zien of het pakijs inmiddels gesmolten was. Panisch werd de stemming toen we hoorden dat we niet langs de westelijke oever van de Westeinder naar de ingang van het Eilandenrijk zouden varen maar via de oostelijke kant. Zo’n verandering van opzet vergt het uiterste van stuurlui en bemanning. Wat gaat er komen? Is het vaarplan ook overigens nog betrouwbaar? Het getuigt van grote moed dat de ZKC-ers de veilige en zo goed geoutilleerde haven van Kempers (www.kemperswatersport.nl) durfden te verlaten. Zeker: “Vaarwel” had nog nooit zo’n diepgevoelde betekenis gehad.




Naar al spoedig zou blijken zou dat inderdaad niet het geval zijn. Veel Noordelijker dan volgens dat plan draaiden we pas scherp bakboord uit om het Polynesië van de Westeinder te gaan verkennen. En dan niks eerst naar stuurboord zoals ons in de door Taeke zo zorgvuldig opgestelde tekst was beloofd, maar gelijk richting zuid, waarbij het kompas een volstrekt onbekende ‘streek’ toonde.
Een en ander deed inmiddels niet af aan de schoonheid van de omgeving, die volgens velen ruim door de Blauwe Beugel kon. Eenmaal terug op de Westeinder kon de koerskeuze van de commandant van het flottielje geen andere conclusie rechtvaardigen dan dat de man de macht over zijn roer(ganger) en dientengevolge over de armada die hem zou hebben moeten volgen (“wie mij lief heeft….”) volledig kwijt was. Dat ging maar van plots naar bakboord en dan even later weer naar stuurboord, wilde armgebaren naar de weinige schepen die deze bewegingen in den beginnen nog volgden; roepen tegen het geweld van wild en golven en dus tegen beter weten in. Niemand die er maar iets van begreep. Dat werd niet beter toen uiteindelijk de Ringvaart werd bereikt, waar we toch bakboord uit richting Leimuiden zouden gaan...
Niets van dat alles: voorop voer ineens de trotse 'Manja' van onze Geliefde Voorzitter en nog geliefder Voorzitster en wel: naar stuurboord, om... een vriendin (ja van hullie! wisten wij veel?) de kans te geven wat plaatjes van onze vloot te schieten. Enfin het gezag van de commodore, inmiddels flottieljelozelijder, had middelerwijl een zeemansgraf gevonden.





Eindelijk bij De Rijk B.V. in Leimuiden aangekomen (bravo mensen van De Rijk: wat een pracht plek!) en gemeerd om van de lunch te genieten die René Uytenboogaard van Café Restaurant René – Het Wapen van Leimuiden (www.bijrene.nl) voor ons had klaargemaakt. Broodjes, dranken, vruchten, toetjes, vruchten in overvloed en van de beste kwaliteit. Weldoorvoed konden wij daardoor na een uurtje de reis hervatten zonder angst voor scheurbuik.






Varen, varen... varen?
De tocht over de Ringvaart verliep zonder incidenten, hetgeen het zelfvertrouwen van de Admiraal weer iets opkrikte. De Drecht maakt haar naam van een der mooiste wateren van dit deel van ons land weer volkomen waar. De rustige vaart gaf ruime gelegenheid om te genieten van al dat fraais op het water, op de oever en op het verderop gelegen land. Waar zelfs in de verste verte geen lelijke industrie, elektriciteitsmasten of nog erger: moderne windmolens (wat een schande voor het gezond verstand, om te beweren dat die dingen ergens goed voor zijn!) zijn te bekennen, daar ontvouwt zich het Oud-Hollandsch Landschap waar men op kunstveilingen miljoenen Euro’s voor biedt.
Die scheef hangende woonboot (De mijnheer eigenaar voldeed niet aan de eis dat zijn boot niet hoger mocht zijn dan x. Hij wilde dat herstellen door beton in het souterrain (eigenlijk: sousmarine) te pompen. Maar hij vergat dat de compartimentering daarvan een gelijke verdeling van die smurrie onmogelijk zou maken!) valt niet binnen deze lyriek maar is leedvermakelijk genoeg om te vermelden. De bruggen over de Drecht leverden geen problemen op. Hulde aan hunne wachters. Vanuit de Drecht stuurboord het iets ruimer sop van het Aarkanaal gekozen. De wat hogere schepen moesten het openen van de bruggen in dat kanaal ‘gedulden’ voor hun doorvaart. Alle andere legden de tocht over dit water in ononderbroken en gestaag tempo af. Of nu iemand de brugwachter van de Vijfgatenbrug marifonisch, telefonisch of telepathisch had weten te bereiken, feit was dat die brug juist voor het verkeer over water openging toen de vloot van ZKC-ers aldaar was aangekomen om het pracht riviertje De Leidsche Vaart op te draaien. De euforie die dat veroorzaakte bracht bijna voelbaar de gedachte aan het koele bier, het droge wijntje en de smaak van verschroeid vlees aan de tong en het verhemelte. Wie of wat kon de vlotheid van de vloot nog in de vaarweg zitten?




De Paradijsbrug!
Niet geheel duidelijk is (en zal ooit worden) of het de hand van onze Geliefde President of van de Onvoorzienigheid is geweest die dat ene kleine pest-relais van de brugbediening naar de schroothoop verwees. De brug ging NIET voor ons open, hoezeer Onze Geliefde Roerganger ook op welke knop dan ook drukte. De brug weigerde dienst. Gemeentelijke brug! Om 16:00 uur des middags! Op een ZATERDAG!

Een scherp observator onder ons had natuurlijk het meewaren in de ogen van de rijen toeschouwers hebben kunnen waarnemen, die waren gekomen om de wondere schoonheid van onze schepen te aangapen, of soms voor iets anders? Bijvoorbeeld de worsteling van 15 ‘klassiekers’ om schadevrij te blijven dobberen bij een stremming als deze? Zij immers WISTEN van de helse aard van die paradijselijk hefmachine. Zij WISTEN immers ook dat er dan ‘een’ monteur zou moeten komen, maar wanneer die zou komen - van de Gemeente, om 4 uur ’s middags, op zaterdag - neen, dat wisten zij niet. Alleen een wonder kon ons nog redden van een smadelijke terugtocht onder groot Lijden met een hoofdletter: in de eerstkomende uren geen borrel, geen BBQ! En het wonder geschiedde. Of dit nu kwam door Onze Geliefde Leider of door de Voorzienigheid, wie zal’ t zeggen? Of was het toch gewoon het telefoontje met de brugmonteur van onze aldaar wonende Paul Ietswaard. De brug liet plotsklaps alle koppigheid varen en dat waren niet wij, maar zijn verzet tegen de openheid die hij geacht wordt jegens zulke voortreffelijken als de leden van de ZKC te betrachten.
Zie hoe Onze Geliefde Voorganger er met zijn schip vandoor spoot en zich van de groep losmaakte totdat zij nog slechts een stripje aan de horizon zichtbaar waren. Die horizon was toevallig net weer de volgende brug, waar wij dan ook weer verenigd werden met Onze Geliefde Gezagvoerder. Wij zijn hem dank verschuldigd voor de doortastendheid waarmee hij de knop van deze brug bediende, want de wachttijd hier viel binnen de termen van burgerlijke redelijkheid.





De doorvaart bij de brug te Woudse Dijk was pas echt hemels en dus: de weg vrij naar Jachthaven Meerzicht (www.gebrweinholt.nl). En, ja hoor, gelijke taferelen als vorig jaar op de Braassem toen Taeke van Beekum de leiding over de vloot had: ook nu weer totale minachting voor discipline, voor strenge tucht, voor kiellinie varen, voor eerbied voor de vlootvoogd! Onze zeepaardjes werden de sporen niet bespaard. Briesend trachtten zij elkaar de loef af te steken in een race toef aan toef om wie het eerst zou gaan aanleggen, vast leggen, aanmeren, afmeren, kortom meren in de welkome haven van Meerzicht. Wie die strijd “won” is volstrekt irrelevant, omdat ik het niet was.





Borrel en barbecue als afsluiter
De borrel en BBQ in de heerlijke avondzon en nadat het felle windje dat aan het einde van de tocht was opgestoken weer was gaan liggen, verdienen niet minder dan het predicaat: perfect. En dus graag hier: grote hulde aan de mensen die dit organiseerden en die na afloop – dat is nu eenmaal het lot – met de schillen en de dozen bleven zitten. Grote klasse deze inzet!
Rest mij nog te verhalen van ene onmogelijke aangelegenheid. Dat was namelijk de Quiz. Onmogelijke vragen, onmogelijke antwoorden, onmogelijke jury, onmogelijke discussies. Maar wat hebben we er een lol aan gehad. En veel van geleerd. De winnaars hadden ‘geheuld’ met de verzinner van deze oefening in oplettendheid en wetenschap. De verliezers behielden dus hun eer! Oprechte felicitaties daarmee. En wat verzinner Nick betreft:  bedenk, dat wie een touwtje spant voor een ander zelf niet thuis behoeft te blijven, maar wel buiten de eroev.

Dank, organisatoren, veel dank voor jullie inspanningen. We hebben genoten!
Uw commodore ad hoc,
D. van den Broek Humphreij











Terug naar 'Nieuws'