Velen stellen zich bij een houten motorboot, dit type voor. In de jaren twintig was dit de enige echte 'volksboot', totdat de campingboot werd geïntroduceerd.

Een roefboot heeft meestal een grote kuip, een ruim vooronder met zijruiten en een windscherm op het vlakke deel. Het achterdek is kort. Sommige grotere exemplaren hebben echter ook een achterkajuit. Meestal is een roefboot overnaads gebouwd (overnaads = de planken liggen dakpansgewijs over elkaar) en tussen de 7 en 9 meter lang, met een midscheeps geplaatste binnenboordmotor. De topsnelheid is rond de 10 knopen. Op binnenwater komt de roefboot het best tot zijn recht. Hieronder een zijaanzicht van een 'Roefboot'.

De meeste bekende bootontwerpers hebben roefboten ontworpen, echter twee hebben zich er echt in onderscheiden: C.G. Pettersson en Einar Runius. Pettersson ontwierp boten met concave boegzijden (concaaf = holrond, overhangende) en een groot voordek met de herkenbare 'oortjes'. De smalle vorm van de boeg en boot voorkomt buiswater en laat de boot soepel door het water glijden. Ten tijde van Runius' ontwerpen, waren de scheepsmotoren sterker, zo kon er meer binnenruimte worden gecreëerd en hoefde men niet zo te letten op de weerstand van de boot in het water, deze boten zijn vaak wat breder. Bij onderstaande Pettersson zijn de 'oortjes' in de gangboorden, de smalle vorm en overhangende boeg goed zichtbaar.



Oude advertenties met roefboten





Terug naar 'Modellen'